In bijna alle culturen die onze wereld rijk is geweest, heeft goud (en zilver) een belangrijke rol gespeeld als het gaat om waarde. Ruilen, sparen en rekenen zijn de drie functies van een ruilmiddel waar behoefte aan was gekomen in een samenleving. Ruilhandel staat natuurlijk aan de basis van de ontwikkeling van onze economie. En om ruilen (handel) efficiënt te maken was goud een goede rekeneenheid omdat het waarde had voor ons besef van welvaart. Goud en zilver had dus zogezegd deze drie functies: je kunt het ruilen, je kunt het opslaan (sparen) en je kunt er mee rekenen. Een andere, zeer belangrijke, functie van goud en zilver is, dat het schaars is, je kunt het niet bijdrukken of laten ontstaan vanuit het niets.
Omdat het lastig was om bijvoorbeeld steeds 2 koeien of 10 kilo graan te verhandelen waren goud en zilver perfecte middelen om al ruilmiddel te gaan gebruiken. Goudsmeden waren in die tijd de eerste bankiers. Door te handelen in deze metalen en het uit te lenen aan bedrijfjes en mensen kwam een economie op gang. Daar komt bij dat overheden goud konden lenen tegen een vergoeding, het goud dat in de kluizen lag van de smeden werd op deze manier ook productief gebruikt. Overheden konden hierdoor veel extra goud lenen om oorlogen te voeren en de goudsmeden vonden dat prima, overheden hadden natuurlijk de bevolking (belastingbetalers) als onderpand. Dus het risico van het niet terugbetalen was miniem.
Een nadeel van goud was dat mensen er niet graag mee over straat liepen. Mede omdat goud zwaar is en moeilijk te verplaatsen kwamen er waardepapieren in omloop. Elk briefje gaf iemand recht tot een bepaalde hoeveelheid goud. Zo waren er dus net zoveel waardepapieren in omloop als dat er goud in de kluizen van de bankiers lag. Men raakte gewend het hebben van briefgeld.
Omdat de hoeveelheid goud van overheden en banken niet bij te drukken was, was er ook nauwelijks sprake van inflatie, oftewel een grote prijsstabiliteit. Het was voor overheden onmogelijk om zo maar even wat geld (waardepapieren) bij te drukken, ze hadden er geen invloed op. Enkel de hoeveelheid goud representeerde de hoeveelheid rijkdom in omloop.
Totdat er oorlog uitbrak tussen Engeland en Duitsland in 1914. Om deze oorlog te kunnen betalen hadden landen veel meer geld nodig dan dat er goud in de kluizen lag opgeslagen. Ze hadden voornamelijk meer geld nodig om soldaten en materieel te betalen. Het gevolg hiervan was dat ze de ”heilige” goudstandaard los lieten en zomaar geld gingen bijdrukken. Het werd gecreëerd uit het niets met het gevolg dat er veel meer belasting moest worden geheven om dit kromme effect op de goudhoeveelheid weer recht te strijken (terug te betalen). Met de oorlog als litteken wisten ze dat het volk dit niet zou tolereren.
De crash van `33 is mijns inziens een direct gevolg van dit loslaten van de goudstandaard (er was natuurlijk een enorme kredietbubbel ontstaan, want er was meer geld in omloop dan dat er goud in de kluis lag) en onze leiders kozen ervoor om niet terug te keren naar de goudstandaard maar om ook dollars en Engelse ponden als onderpand toe te staan in plaats van goud. Dollars welke uit het niets konden worden gemaakt. Binnenkort deel 2. (Verhip)
-
Durk
-
Fluminis
-
Durk
-
Durk
-
Vilseledd
-
Jelle
-
Simon
-
Pit